|
Zorgen voor monumentale wandkunst (MWK)
Opdrachtgever: Directie ICN of DCE
Programmaleider: Maarten van Bommel
Projectleider: Simone Vermaat
Partners : Instituut Collectie Nederland (ICN)
Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD)
Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM)
Rijksgebouwendienst (RGD)
Stedelijke bureau’s voor monumentenzorg zoals bMA, dSV en de Stroom
Inleiding
Binnen het ICN Programma Schilderkunst vormt het thema Monumentale Wandkunst uit de Wederopbouwperiode (1946-1965) een belangrijk aandachtspunt. Met wandkunst wordt a-priori schilderkunst bedoeld, maar ook andere overwegend 2 D beeldende technieken worden er bij genomen, zoals mozaïeken, tegeltableaus, intarsia’s en sgrafitto’s. Aan deze vorm van kunst kleeft een groot aantal problemen dat het beheer en behoud ervan bemoeilijken. Het is een vorm van vaak figuratieve gebonden kunst, die na de voltooiing van de wederopbouw en het opkomen van de ‘jeugdrevolutie’ – medio jaren zestig – heel snel in vergetelheid is geraakt en waarover nu nauwelijks nog expertise bestaat bij kunsthistorici of architectuurhistorici. Toegankelijke en up to date inventarisaties bestaan er niet van. Dat betekent voorts dat er niet over gepubliceerd wordt, dat de kunstenaars veelal vergeten zijn en dat een in kunst geïnteresseerd publiek er niets over weet. Deze kunst zit in of aan gebouwen, is dus niet zomaar makkelijk toegankelijk of te bekijken: dat vergroot het publieke draagvlak al evenmin.
Veel gebouwen uit de wederopbouw naderen nu intussen het eind van hun functionele levensduur waarna meestal afbraak volgt tenzij ze een monumentenstatus krijgen en er een andere functie voor het gebouw wordt gevonden. Verplaatsing van monumentaal werk is wel mogelijk, maar is kostbaar en lastig. Deze kunst kent bovendien geen ‘verzamelaars’, er is geen handel in, de financiële waarde is dus moeilijk te schatten terwijl de kosten voor behoud dat bepaald niet zijn.
Deze problematiek is niet nieuw voor het ICN en andere betrokken instellingen, het ICN wordt bijvoorbeeld veelvuldig benaderd voor het geven van culturele waardebepalingen en beheersadviezen m.b.t. dit type objecten. Het doen van waardestellingen blijkt lastig, daar er maar weinig zicht is op wat er (nog) precies aan MWK bestaat of hoe het oeuvre van de kunstenaars die zich ermee bezighielden in elkaar zitten. In feite ontbreekt het zelfs aan een algemeen waardestellend kader waarmee zowel recht gedaan wordt aan de kunsthistorische/artistieke als aan de architectonische/architectuurhistorische kanten van dit type erfgoed. De beheersadviezen, hoewel nuttig, hebben altijd een erg objectspecifiek karakter terwijl er daarnaast ook behoefte is aan meer algemene richtlijnen.
Zoals gezegd is MWK niet los te zien van het gebouw en vaak onderdeel van de architectuur. Daar het ICN op dat terrein weinig expertise heeft, wil het graag andere partners betrekken bij dit project, zoals het RACM, RGD en stedelijke monumentendiensten als BMA (Amsterdam) en dSV (Rotterdam). Bovendien wordt overlegd met het Haagse RKD als informatiebeherende instelling. Den Haag als derde grote randstelijke agglomeratie is niet vertegenwoordigd via een monumentendienst maar middels Stroom, die niet alleen nieuwe kunst in de openbare ruimte plaatst, maar ook aan beheer en inventarisatie van oudere (wederopbouw)kunst doet (cq feitelijk werkt met een beheersbegrip als ‘niet- museale Collectie Den Haag’). Overigens is het bepaald niet ondenkbaar dat dit platform nog verdere uitbreiding krijgt.
Deze partners kunnen niet alleen een cruciale bijdrage leveren, maar zijn ook een directe en belangrijke doelgroep. Naast diegenen die professioneel bezig zijn met dit onderwerp (en die zich vaak goed bewust zijn van deze problematiek) moet ook worden gezorgd dat beleidsmakers en een breed publiek bewuster worden van deze unieke vorm van kunst en cultureel erfgoed.
De gezamenlijk partners vormen een platform die in de afgelopen maanden regelmatig bijeen zijn gekomen om dit projectvoorstel te bespreken. Dit document dient dan ook te worden gezien als een gezamenlijk product.
|