|
Wat is monumentale wandkunst? Zowel beeldend kunstenaars als architecten voelden in de periode na de oorlog een sterke behoefte tot het doen samengaan van de beeldende kunst en bouwkunst en een integratie daarvan in de samenleving. Dit streven viel in goede aarde bij de overheid en resulteerde in 1951 in de zogenaamde percentage-regeling. Volgens deze regeling moest bij alle door de overheid gefinancierde kunst 1,5 % (soms zelfs meer) van de bouwsom aan kunst worden besteed. Deze monumentale kunst werd aan of in het gebouw aangebracht en vormde daarmee vaak letterlijk een eenheid. Daarbij gaat het op de eerste plaats om wandschilderingen, maar de monumentaal kunstenaars beperkten zich zelden tot één techniek en experimenteerden met een groot aantal oude en nieuwe technieken zoals mozaïeken, sgraffito’s, glas in loodramen, reliëfs en wandtapijten. Verrassend is dan ook de grote diversiteit van de kunstwerken, niet alleen voor wat de technieken betreft, maar ook de gebruikte stijlen (van realistisch tot abstract) en de gekozen onderwerpen (van zeer alledaags tot zwaar symbolistisch). Kenmerkend voor vrijwel alle monumentale kunst van de wederopbouwperiode is de sfeer van optimisme en gedrevenheid. Waar is monumentale wandkunst te vinden? Na het einde van de Tweede Wereldoorlog begon men snel met het herstel van de oorlogsschade. Veel gebouwen, zowel woningen als openbare gebouwen waren verwoest of beschadigd. Vooral in de steden was er woningnood, daarom was er haast bij deze wederopbouw van het land. In relatief korte tijd werden stadscentra (zoals in zwaar getroffen steden als Rotterdam en Arnhem) herbouwd en verrezen ook talloze nieuwe woonwijken, compleet met winkelcentra, scholen, kerken, plantsoenen en parken. Ook andere openbare gebouwen zoals gemeentehuizen, provinciehuizen, stations, ziekenhuizen, postkantoren, maar ook bioscopen en theaters werden opnieuw opgebouwd. Dankzij de percentageregeling werden al deze nieuwe bouwwerken voorzien van kunst, soms aan de buitenkant, soms aan de binnenkant. Hetzelfde gold voor bedrijfspanden, bijvoorbeeld bankgebouwen, warenhuizen en kantoorpanden, die overigens niet onder de percentageregeling vielen. In enkele gevallen werden zelfs vervoersmiddelen voorzien van monumentale kunst, met name luxe schepen en speciale treinstellen. Weggooien is geen kunst In hetzelfde hoge tempo waarmee de wederopbouw-architectuur en de bijbehorende monumentale wandkunst destijds verrezen, zijn deze nu weer aan het verdwijnen. Wederopbouwwijken maken plaats voor moderne woonwijken en wederopbouwgebouwen in stadscentra moeten wijken voor hoogbouw. De moderne tijd stelt andere eisen aan de leefomgeving dan een halve eeuw geleden. De snelheid waarmee men destijds bouwde ging soms ten koste van de kwaliteit en saneren is daarom niet altijd mogelijk. De idealen die destijds leefden bij architecten en kunstenaars en zelfs hun namen zijn grotendeels in de vergetelheid geraakt. Elke tijd heeft zijn eigen architectuur en kunst. Toch hebben de idealen van de wederopbouwperiode veel moois opgeleverd. We kunnen en hoeven niet alles te bewaren, maar ook mag niet alles verloren gaan. ICN streeft samen met RACM en RKD naar een inventarisatie van monumentale wandkunst (en de architectuur), waarna een afgewogen selectie van te behouden objecten (bij voorkeur in combinatie met de architectuur) kan worden gemaakt. Verantwoord selecteren en beheren, dát is de kunst. 
Cuno van den Steene, detail wandschildering KNSM-gebouw Amsterdam, 1956. |